Worden wie je bent: een levensles. 

Een goede vriend van me is onlangs gestart met een traject bij een therapeut. Ik was heel benieuwd hoe dit hem zou bevallen en wat hij er zou leren. Vooral uit persoonlijke interesse; om te horen hoe hij in de sessies geraakt en geïnspireerd zou worden. Wat hij er voor en over zichzelf zou leren en welke oude bagage hij de komende tijd zou kunnen loslaten. Maar ook beroepshalve en voor mijn eigen groei vind ik het interessant om meer te horen over hoe collega’s andere mensen verder helpen. Al pratend stuitten we op een vraag waar mijn vriend niet direct een antwoord op had geweten in de sessie…

Krachtige vraag over conditioneringen

Dit was de vraag:

“Welke regels waren bij jullie thuis vroeger belangrijk? In het gezin waarin je opgroeide. Wat kon echt niet, of wat moest juist wel? Wat was verder heel kenmerkend voor jullie gezin? Voor jullie gezamenlijke leven?”

Sommige vragen vragen tijd om ze te kunnen beantwoorden

Wat een interessante vraag! Eenmaal thuis dacht ik er verder over na. Ik kon me levendig voorstellen dat mijn vriend er niet stante pede een antwoord op had gehad, ik kon hem zelf ook niet direct of in één adem beantwoorden.

Het is een vraag om langer over na te denken, om op te kauwen en er eventueel met je familie over te praten. Ze de vraag nog eens te stellen: ‘Wat hebben jullie me mee willen geven? Wat mocht er niet, en wat moest er juist wel?’ En om je eigen herinneringen van weleer boven te laten komen. Want wat een ouder mee wil geven, hoeft natuurlijk nog niet op dezelfde manier binnen te komen bij een kind. Ik dacht na over het gezin waar ik zelf in opgroeide. Wat was er destijds belangrijk? Wat heb ik meegekregen dat echt uit de overtuigingen van mijn ouders kwam?

In dit blog deel ik hier meer over en laat ik het persoonlijke verhaal van de vriend (die niet voor een bloggende life-style heeft gekozen) achterwege. Het allereerste wat me inviel is volgens mij direct de allerbelangrijkste les die mijn ouders me hebben willen meegeven:

“We willen je de gelegenheid geven te worden wie je bent”

Iets wat ik echt prachtig vind, en ook in veel dingen zo heb ervaren.

Hoe ik op school merkte dat ik kon zijn/worden wie ik was

Het kwam bijvoorbeeld tot uiting in dat ik nooit het gevoel heb gehad dat ik dingen moest bereiken. Ook geen dingen die mijn ouders zelf niet voor elkaar hebben gekregen (wat zij bij hun ouders wél hadden ervaren). Niet dat ik zomaar met allerlei onvoldoendes aan kon komen zetten; maar ik hoefde ook niet klakkeloos het hoogst haalbare niveau of een specifieke richting te bereiken in mijn school en studie. Wat erin resulteerde dat ik me niet onder druk gezet voelde, en dat ik een bepaalde vrijheid ervoer in een verder nogal afgebakend en (vond ik) ‘geestinperkend’ schoolsysteem.

De vrijheid, het mezelf leren kennen (wie ben ik eigenlijk?) en groei zocht ik zelf op school door te onderzoeken, en door me af te zetten tegen wat ik onzinnig vond (en dat was nogal wat). En in het eindeloos boeiende, rebellerende en levendige contact en de ruzies, het kameraadschap (soms van het ongezonde kaliber Siamese tweeling) en de prille en soms obsessieve verliefdheden met leeftijdgenoten. En oh heerlijk verzet tegen de gevestigde orde! We hadden allemaal stalen buikspieren van het vele lachen, en sommigen een charmante waaier aan gele en rode kaarten; uitgedeeld voor uiteenlopende overtredingen.

Pas als volwassene realiseerde ik me dat ik óók via de nauwe kaders van het schoolsysteem kon ontdekken hoe belangrijk (mentale) vrijheid eigenlijk is. Niet alleen via de vrijheid die mijn ouders me gaven, en die dus in eerste instantie vanzelfsprekend leek. – Een vrijheid die overigens helemaal niet de standaard bleek te zijn, ontdekte ik toen ik wat langer om me heen keek.

En nu ik er nog eens eerlijk naar kijk, was het allerheerlijkste en meest waardevolle van mijn hele schoolperiode niet dat ik informatie-basics tot me nam, maar het gevoel echt te leven. Dat gevoel ontstond denk ik door een naadloos samenspel van gierende hormonen, het ontdekken van de wereld, de vriendschappen én de mogelijkheid om me op eindeloos veel verschillende manieren te kunnen afzetten. En via dat verzet mezelf te leren kennen. Waar stond ik voor? Wat kon ik allemaal, en wat kon ik niet? Wat vond ik en wat wilde ik? En wie dacht daar net zo over? Wie werden er uiteindelijk de strijdmakkers voor de vrijheid, en wie voegde zich gewillig naar het systeem en moest ik dus in die groef van schijnveiligheid achterlaten? Het was een beetje The Matrix voor kinderen.

Afzetten was bij mijn ouders vanwege het wederzijdse respect en de vrijheid enerzijds niet nodig, en anderzijds op specifieke terreinen (in ruzies) ook niet erg makkelijk. Daarin was ik nauwelijks een partij. Daarom ben ik blij dat ik dit op school uitvoerig kon doen.

Dit bijna aan anarchisme palende sterke innerlijke gevoel van ‘Je legt me niet zomaar wat op, in welk boek het ook geschreven staat. Laten we het gesprek voeren!’ kwam overigens bij mij niet uit de lucht vallen; ik denk dat het in de genen zat. Zo vuurde mijn moeder als kind goudeerlijke en beleefd geformuleerde vragen op de godsdienstleraar af, die hem het schaamrood op de kaken bezorgden en hem vrij snel uit zijn ogenschijnlijk stevige midden van ‘zeker weten’ deden wankelen. Aan de algebra-leraar vertelde ze dat ze de sommen niet gewoon kon ‘uitvoeren’, als ze niet eerst kon begrijpen waarom iets was zoals het was. En dat begreep ze écht niet. Iets wat ik helemaal herken als het gaat om wiskunde. Mijn vader was minstens zo rebels, met als dankbare springplank naar de vrijheid de nauwe kaders van het hem opgelegde geloof, strenge school- en huisregels en met name het gebrek aan aannemelijke onderbouwing erbij. Hij zei hierover onder meer: ‘Als mijn ouders wat ze tegen me zeiden zelf ook niet met heel hun hart geloofden, hoe kon ik dingen dan zomaar aannemen? Dat leek me volstrekt onlogisch.’

Het hoogst haalbare bleek niet per definitie het bést haalbare

Toen ik indertijd, staand op de tweesplitsing genaamd ‘Havo of Vwo?’, thuis uitlegde waarom ik écht niet naar de universiteit en daarom niet naar het VWO wilde, werd dat geen probleem of zware discussie. Het werd een gesprek waarin ik me gehoord en gerespecteerd heb gevoeld. ‘Moet je je voorstellen,’ dacht ik. ‘Ik kan in deze lelijke, massale leerfabriek víjf inhoudelijk algemene (lees: nietszeggende) jaren doorbrengen, en daarna in een propedeuse-jaar zelf iets kiezen waar ik misschien iets relevants kan leren. En dan alsnog de vrijheid hebben te kiezen voor HBO of WO. Hoewel ik eigenlijk wel weet dat ik niet van studeren houd, er niet goed in ben en niks kan bedenken wat ik daar zou willen leren. Of, de andere optie is: ik kan hier zes inhoudelijk min of meer dezelfde jaren doorbrengen. Even denken… Waar.is.de.nooduitgang!?‘ Het leek me ook weer niet nodig om 6 jaar lang in het verzet te zitten, want dat heb je op den duur gewoon ook gezien.

Dat het van mijn ouders niet hoefde vond ik bijzonder. Omdat ik het waarschijnlijk wel had kúnnen doen, als ik flink wat harder had gewerkt. Maar aan hard werken voor iets waarvan ik vond dat het weinig toevoegde; daaraan had ik echt een broertje dood. Uit mijn schoolomgeving kreeg ik juist de indruk dat als je iets kunt (qua niveau), je het dan ook moest doen. Dus over deze twee kanten moest ik zelf ook nadenken. Zat ik, als minderheidsgroep met een overtuiging, eigenlijk wel goed met mijn idee?

Ik leerde hieruit uiteindelijk dat het niet voor alle ouders belangrijk is dat je het hoogst haalbare opleidingsniveau moet bereiken, wat ik heel fijn vond. Want geloof me; ik werd soms best onzeker als ik naar mijn broer keek, bij wie het leren veel makkelijker leek te gaan. Hij had ook zoveel meer toewijding dan ik. En de opmerking van iemand wat verderop in mijn familie ‘dat het wel zonde was dat ik dan de enige zou zijn in de familie die naar de havo ging’ deed mijn prille zelfvertrouwen ook geen goed.

Maar mijn onderbouwing om het niet te doen, ondanks wat de rest deed, voelde uiteindelijk heel juist. En ik denk dat mijn ouders dat heel goed hebben opgepikt, en het niet hebben vertaald als apathie, luiheid of iets anders destructiefs. Het enige wat ik jammer vond van mijn eigen keuze (die ik ook ervoer als mijn eigen verantwoordelijkheid, want die krijg je cadeau als je om de vrijheid vraagt!) is dat ik een aantal vrienden en vriendinnen zou verliezen aan het VWO, waaronder mijn broer die in hetzelfde jaar zat.

Achteraf bleek het de juiste keuze, want de dingen waar ik écht op wil studeren en van en over wil leren, die leer je niet op het HBO of op de uni. Du heb ik via HBO journalistiek een soort ‘basispapier’ bemachtigd, om me vervolgens snel weer toe te spitsen op de dingen die als eindeloos boeiend voelden… Dingen waarover ik écht met heel mijn hart wil leren. Heerlijk!

Worden wie je als kind bent in een wereld vol volwassenen

worden wie je bent

When I was young 😉

Ook in hun statement dat je (ook als klein kind) niet alles voor waarheid hoeft aan te nemen wat volwassenen/andere kinderen tegen je zeggen merkte ik dat ik de vrijheid kreeg te worden wie ik was. Zo kreeg ik mee dat het feit dat iemand volwassen is helemaal niet betekent dat iemand ook altijd gelijk heeft.

Niet dat ik zomaar brutaal mocht doen op school. Maar ik voelde me van huis uit uitgenodigd om wel het gesprek/de discussie aangaan als dat me nodig leek. Of ‘nee’ zeggen als ik wist dat iets niet klopte. Ik werd ook regelmatig gestimuleerd zelf goed na te denken en te voelen of dingen klopten of niet, en waarom dat dan wel of niet zo was. En ik kreeg hulp bij hoe ik me als verlegen meisje op een humoristische wijze weerbaarder kon maken tegen nare juffen. Dit blog gaat over hoe ik voor het eerst voor mezelf opkwam als kind.

Zelf hebben mijn ouders ervaren hoe het is om niet te mogen zijn wie je bent als kind. Mijn moeder: ‘Als kind in onze tijd deed je mening er niet toe, je had echt niks te vertellen.’ Dit hebben mijn ouders beiden als heel naar ervaren, en dit wilden ze voor hun eigen kinderen anders doen. Dat is ook een van de mooie dingen aan de verschillende generaties. Iedereen probeert het op zijn eigen manier anders/beter te doen dan zijn eigen ouders. En er blijft altijd ruimte voor verbetering denk ik, en een staat van perfectie is niet haalbaar. Maar ook helemaal niet nodig vind ik. Want ook aan dat wat níet goed heeft gewerkt kun je als kind leren. Het geeft ruimte voor afzetten, voor onderzoek, voor checken wat jijzelf belangrijk vindt. Het draagt ook bij aan ontdekken wie je bent en aan wat je zelf weer anders gaat doen. Zo blijven we als mensheid in beweging; verkennend, lerend, ontdekkend wat werkt en wat niet.

Worden wie je bent in het familie-leven

Ook het ritme van ons familie-leven sloot aan bij de filosofie ‘We willen jullie de gelegenheid geven te zijn en worden wie je bent.’ Voor ieder lid van ons gezin was er ruimte om zijn eigen gang te gaan, zich uit te spreken en privacy en me-time te hebben. Iedereen maakte daar op zijn eigen manier gebruik van, en dat was heel fijn. Er ontstond een heel natuurlijk ritme, waarbij iedereen zijn eigen favoriete bezigheden ontwikkelde. Bij het eten waren we sowieso bij elkaar, en soms keken we samen een film of deden we boodschappen. Nu en dan werkte ik met mijn moeder in de tuin, of zaten we allemaal in de woonkamer te lezen of praten.

Zoals mijn broer na het lezen van dit blog heel mooi toevoegde: ‘Ik heb het, zeker achteraf, erg gewaardeerd dat we niet allemaal van die geforceerde hobbies, opgelegde sporten en activiteiten moesten doen. Niet zelf, en ook niet als gezin.’ Dat gaf de ruimte om dingen die er van nature in zaten, te laten ontpoppen. Zo maakte hij af en toe hele gave technische uitvindingen, en heel veel technische en zeer gedetailleerde tekeningen. Uit zichzelf! Zo leuk. Samen verzamelden we allerlei schatten en bouwden we vlotten en hutten. We verkenden gevaarlijke afgesloten en leegstaande gebouwen (het toppunt van spannend) en op een dag probeerden we dynamietstaven te maken. Dat werd ons logischerwijze alles behalve in dank afgenomen. En zo bleek het ook maar weer goed dat er op de basisschool nog geen natuur- en scheikunde wordt gegeven, waardoor het project op een relatief veilige manier faalde.. 😀

Na de afwas verdween ik regelmatig weer naar mijn kamer om in mijn eentje te schrijven, tekenen, playbacken, ‘radio-programma’s’ op te nemen en te lezen. In het weekend keken we als gezin vaak films of series. Samen met mijn broer en vriendinnen speelde ik ook veel buiten. We verzonnen eindeloos veel fantasiewerelden en gingen ook vaak ‘op reis’. Dan namen we een mand met ‘overlevingsproviand’ en een polstok mee, en banjerden vervolgens door de velden van het Friese platteland met de oprechte overtuiging dat we een wereldreis maakten…

Tot slot voelde ik de vrijheid te kunnen zijn wie ik ben van harte in het gegeven dat ik heel veel dingen aan mijn ouders kon vertellen. En dat ze mijn verhalen altijd serieus namen. Er werd eigenlijk nooit iets weggelachen of gebagatelliseerd. Ik voelde me gesupport door de vragen die ze stelden, of de meningen waar ze mee kwamen.

Wat ‘mogen worden wie ik ben’ later heeft betekend

In het opgroeien bij mijn ouders en broer, zie ik grote parallellen met het Montessori-schoolsysteem, van Maria Montessori. (Van de schoolsystemen die ik ken, en ondanks alle beperkingen die ik sowieso in schoolsystemen ben tegengekomen, vind ik dit een van de beste. Ook niet voor iedereen, want zoiets is heel persoonlijk denk ik.) Ik kon in respect voor de andere gezinsleden vrij mijn gang gaan, mijn eigen leven en leren op gang brengen. Als ik ergens niet uitkwam stonden ze voor me klaar, kon ik bij mijn ouders terecht. En mijn broer en ik stonden in de meeste periodes (niet altijd natuurlijk) ook voor elkaar klaar. Hoe ouder we werden, hoe beter het contact tussen ons werd. Verder ontwikkelde ik mijn eigen voorkeuren, hobbies en talenten. Zo heb ik dat op school (eerst Montessori, toen Vrije School en op de middelbare school weer Montessori) ook gedaan.

En zo doe ik dat in mijn volwassen leven en werk ook. Ten opzichte van het werken in loondienst wat ik eerder deed, voelt het ondernemerschap weer veel meer als de Montessori methode. Speels, onderzoekend, ondernemend, op eigen kracht, vanuit jezelf, en samen waar daar vraag naar is en waar dat past en goed voelt. En met veel tijd die ik alleen doorbreng, omdat ik dat nodig heb om op te laden.

De spirituele kant van het verhaal 

Het heeft voor mij in de loop der jaren ook een spirituele betekenis gekregen. Wellicht omdat ik geen richting op geduwd ben waarvan ik me eerst moest los worstelen, kon ik vrij snel op een nog fundamentelere zoektocht gaan. Een expeditie die dan ook in mijn jonge jaren al was ontstaan uit een natuurlijke nieuwsgierigheid en een diep verlangen om thuis te komen in mezelf. Een zoektocht naar wie ik in de meest fundamentele zin van het woord ben. Dat wat verder gaat dan de persoonlijkheid, de voorkeuren, de conditioneringen. Dat wat tijdloos is, nooit sterft en nooit geboren lijkt te zijn. Dat waar we vandaan komen en waar we altijd mee verbonden zijn. Toen ik me bewust werd van dit onsterfelijke deel van mezelf voelde ik me pas écht thuis in mezelf en in de wereld. Dit is de plek waaruit ik mijn leven vorm wil geven. Dit thuiskomen voelde pas écht als worden wie je in de kern altijd al bent.

Mogen zijn en worden wie je bent in liefdesrelaties

In liefdesrelaties heb ik een aantal keer gehoord: ‘Je lijkt zo onafhankelijk. Het voelt alsof je mij niet nodig hebt om je gelukkig te voelen.’ Dat klopte ook, al kan denk ik geen mens helemaal zonder andere mensen. Maar de aanwezigheid van een ander kan een enorme toevoeging zijn. (De afwezigheid van sommige partners trouwens ook, haha.) En als je allebei geluk in jezelf en je eigen leven kunt vinden, voelt het als een verrijking om bij elkaar te zijn. En samen een leven op te bouwen, waarbij ook het eigen leven gewaarborgd blijft. Maar voor diverse mannen heeft dit ogenschijnlijk onafhankelijke dat ik heb ontwikkeld heel ongemakkelijk, onwennig en onzeker gevoeld. Want ‘hoe kan het dat je je ook vervuld kunt voelen, zonder dat ik er ben?’ (Vriendelijke verwijzing naar het kopje ‘De spirituele kant van het verhaal’ ;-))

Regelmatig heb ik ervaren dat ik níét kon zijn wie ik was in relaties. Zowel in de grootst mogelijke (meest volwassen, meest wijze) versie van mezelf, als de allerkleinste (onuitstaanbare, onzekere) variant. Soms was mijn hunkering naar liefde, bevestiging en samenzijn groter dan mijn wens om mezelf te kunnen zijn. Het doet pijn om het op te schrijven en daarmee nog meer te beseffen hoe waar dat destijds was, en wat ik ervoor heb ingeleverd; mijn authenticiteit. Maar in de zoektocht naar wat echt past en klopt heb ik dus regelmatig geprobeerd mezelf aan te passen tot ik geaccepteerd zou worden bij de betreffende partner. Dat betekende meestal mezelf kleiner voordoen dan ik eigenlijk was. Gelukkig hoefde dit op een gegeven moment niet meer; toen ik de aanpassing en het te grote compromis helemaal spuugzat was. De boosheid die eigenlijk over mijn eigen aanpassingen ging, vuurde ik af op mijn relaties. Toen ik dat eenmaal ten volle besefte, was het klaar. Ik besloot te onderzoeken wat er zou gebeuren als ik mezelf helemaal zou laten zien. Met de grote en de kleine aspecten. Dat bleek vervolgens vaak bedreigend te zijn. Dat wat tegenzat ontmoedigde me soms, en er zijn een paar momenten geweest waarop ik dacht: ‘Ik ben te raar, te anders, en het spreekwoord van potjes en deksels is bullshit.’ Gelukkig draaide dit bij. Eerst begon ik er complimenten voor te krijgen, en nu zit ik voor het eerst in een relatie met iemand waarvan ik écht het gevoel heb dat ik mijn grootste én kleinste zelf mag zijn. Dat is een verademing. Hoe liefdevol, waardevol en bijzonder sommige andere relaties ook waren; dit specifieke punt is van eindeloos belang en was dus vaak een breekpunt.

De vrijheid krijgen, is ook de verantwoordelijkheid dragen. Als je niet opgelegd krijgt hoe je moet worden, dan vul je het zelf in. En ik kopieerde ook dingen, bijvoorbeeld van mijn ouders. Ik heb ook andere mensen als voorbeeld gezien (en nog steeds), en sommigen juist als een anti-voorbeeld. Maar het lukte vaak niet zomaar om op die voorbeelden te lijken. Op een voorbeeld willen lijken betekende bij mij vaak ook dat ik bepaalde dingen van mezelf niet wilde hebben. Maar uiteindelijk kwam ik erachter dat het veel effectiever is om die dingen die je in jezelf niet waardeert, toch te omarmen. Hoe strijdig dat ook eerst leek. Want door dat er toch te laten zijn, hoeft het niet buitenproportioneel groot te worden, en de onderliggende drijver van je gedrag. Zo voel ik me meer heel, dan wanneer ik aspecten van mezelf wegduw.

Steeds terugkomen bij wie je zelf bent, in-tunen

Het leven is eigenlijk een constante uitnodiging om weer bij mezelf terug te komen, wat ik ook doe. En vanuit die stevige, veilige en harmonieuze basis van alles te ondernemen. Ook het contact met andere mensen. Het voelt goed, het voelt heel juist en ik ben er mijn ouders ontzettend dankbaar voor dat ze het zo gedaan hebben. Ik ben nooit een kind voor klassikaal onderwijs geweest. Laat mij maar zelf verkennen, uitproberen en mezelf steeds opnieuw blijven uitvinden. Wanneer ik dat kan blijven doen, kan ik het meeste delen met andere mensen die daar naar verlangen.

Een nadeel is dat ik als kind dan ook de dingen waar ik minder goed in was (zoals rekenen) helemaal links liet liggen. Dat is dan ook nooit wat geworden en dat had misschien niet gehoeven als ik er meer support bij had gevraagd. Anderzijds heb ik me gefocust op wat ik wel goed kan en erg leuk vind, en dat maakt dat ik ook echt op mijn plek zit in wat ik doe.

Ik hoop dat ik in mijn leven en werk als coach net als mijn ouders dat voor mij waren en zijn, ook een beetje een ‘tuin’ kan zijn voor anderen. Bijvoorbeeld voor mijn familie, lief, vrienden, lezers en coachees. Een tuin waarin ik hen in elk geval niet in de weg sta. En in wiens omgeving zij in veiligheid en met plezier zichzelf kunnen zijn, en op hun eigen manier kunnen groeien en tot wasdom kunnen komen. (Om toch ook wat credits te geven aan de Vrije School gooi ik er toch nog even zo’n typische VS-term in: ‘tot wasdom komen’.) Niet door mij, maar omdat er ruimte is.

Het gesprek voeren over worden wie je bent

Het leek me ook leuk om de vraag aan mijn ouders voor te leggen. Eerst maakten we grappen over hun poging iets van de opvoeding te maken, maar dat sommige projecten gewoon kansloos zijn en dat ze het maar hebben opgegeven.

Maar grappig genoeg was het eerste serieuze wat mijn vader erover zei: ‘We wilden jullie vooral de gelegenheid geven om te worden wie jullie zijn.’ Mijn moeder onderschreef dat. ‘Wat nog meer?’ vroeg ik – alsof dat nog niet genoeg was. ‘Welke leefregels hadden we destijds? Wat was belangrijk? Welke dingen konden écht niet?’ Ik haalde zelf een herinnering op aan dat ik een keer tegen hem gelogen had over een les op school. Ik had toen gezegd dat we een uur eerder vrij waren, terwijl we eigenlijk gewoon weg waren gegaan. ‘Het gaat er niet om dat je hebt gespijbeld,’ had hij toen gezegd. ‘Waar ik zo boos over ben is dat je erover liegt in mijn gezicht.’ Oef, wat vond ik dat erg. En zo nutteloos eigenlijk ook, om over zoiets onbenulligs te liegen. Dat ben ik nooit vergeten.

Andere regels die vroeger golden

‘Iets anders wat we belangrijk vonden is dat we samen in huis verantwoordelijk waren voor de sfeer. Iedereen had daar invloed op, en had dus deel in ervoor zorgen dat die sfeer goed en veilig was. Dat iedereen zijn eigen plek in het gezin en het huis had.’ Mijn moeder vulde aan: ‘We vonden het ook belangrijk dat jullie respect hadden voor anderen.’

Mijn vader: ‘En respect voor dieren. We wilden jullie al op jonge leeftijd leren hoe je ze goed kon verzorgen, dat was ook belangrijk.’ Nou.. daar was inderdaad ruimte voor verbetering. Want ik dacht eerst dat het heel normaal was om de kat in een poppenwiegje te leggen ‘zodat ze daar lekker rustig kon slapen’. Toen ze eruit wilde, dacht ik dat ik – ook weer voor haar eigen bestwil – gewoon het dekentje wat strakker in moest stoppen, zodat ze niet zomaar weg kon.. Nou ja, dat soort dingen leer je wel af als je erover praat en de reactie van de kat ziet..

Mijn moeder voegde ook eerlijk toe dat ze ons in ruzies niet de ruimte hebben gegeven om dingen terug te zeggen, dat was een les voor henzelf. Tot slot benoemden ze het briefgeheim; dat ze het erover eens waren nooit ongevraagd iets te lezen wat we geschreven hadden (ik had bijvoorbeeld een enorme stapel dagboeken en mijn broer ook een aantal), en de privacy van eigen kamers, gesloten deuren en kloppen voor je binnenkomt ook van belang waren.

Hoe is het voor jou?

Wat was bij jou vroeger belangrijk thuis? Was er ruimte om jezelf te zijn en worden? Of heb je wellicht juist omdat dit niet (voldoende) kon, ontdekt hoe belangrijk dat voor je was? En heb je die ruimte op latere leeftijd wellicht alsnog gecreëerd voor jezelf? Welke regels golden er bij jou thuis? Onderschrijf/onderschreef je die? Waarom wel of niet? In hoeverre neem je dezelfde regels nog steeds mee?